De herinnering aan jou

Het was alsof ik jou reeds kende voor ik jou ontmoette. De tamtam had immers zijn werk al gedaan. Niet zo positief geef ik grif toe, maar ik nam het zoals steeds met een stevige korrel zout.

Die middag deed iemand de deur voor mij open, galant, ik bedankte en wou verder lopen, maar die persoon noemde mijn naam. Ook over mij had de geruchtenmolen zijn overuren gedraaid.

We raakten aan de praat en ik besefte al vlug dat jij de man van de verhalen was. Zo anders hadden ze jou echter afgeschilderd, zo totaal jou onwaardig. Steeds beter leerde ik jou kennen tot onze wegen ons scheidde. Ik zou er alles aan doen om die ontmoeting over te doen!

Advertenties