Diverse stukjes

Lentebanket

De zon schijnt voor het eerst sinds lange tijd uitbundig. Het einde van de zware winter is aangekondigd. Blije mensen reppen zich dan ook rond de middag naar buiten om op die eerste zichtbare terrasjes hun lunch te gaan verorberen. Ze lijken wel vogels zoals ze zitten te pronken, te kwebbelen en in hun slaatjes zitten te prikken. De gezonde voeding, de lente dient zich immers aan! Weg moeten de overtollige vetrolletjes!

Ik? Ik kijk het met lede ogen aan. Hoe harder ze kwebbelen, hoe meer ze zwieren. Meer voedsel voor mij om straks op te pikken! Dol ben ik op de lente en de zomer. Een dikke buik ligt in het verschiet, een duif die flaneert immers niet.

 

Mag Ik Passen?

Toen ik zag dat het weekthema deze keer ‘pas’ was, dacht ik meteen ik pas.

Nu, na wat nadenken, besefte ik dat je dat woord te pas en te onpas haast kunt gebruiken. Ik ben namelijk in het bezit van een pas(poort), een pas om te pinnen, een pas om binnen te kunnen in een bedrijf of op een evenement. Als klein kind waren mijn passen dan weer kleiner dan als volwassene, wanneer ik op reis ga naar de bergen moet ik soms door een pas, … De mogelijkheden met dit woord zijn haast oneindig en toch, ik weet er vrees ik niet echt iets zinnigs rond te typen. Ik kan er dus lang over lullen, maar ga toch maar passen!

 

Nood aan …

Ik moet er even tussenuit.  Dit kan zo echt niet langer. Iedereen moet wel wat van me. Doe ik het zo, dan hadden ze het liever zus of omgekeerd. Ik wil een keertje mezelf zijn, want wie ben ik eigenlijk? Ik ben wel altijd iets voor iemand. Eén of andere goedkope slaaf, zo’n dashboardventje dat maar ja blijft knikken. Nu kunnen jullie allemaal maar verrekken! Ik trek naar Frankrijk, richting Pyreneeën. Het schijnt er mooi te zijn, vredig. Ik vond reeds een leuke gîte in Bordes, regio Aquitanië, heel weinig mensen, maar mooi zicht op de bergen. Zucht … Wat kijk ik er naar uit, mijn vrijheid, mijn ik-tijd! Nog even geduld … Weldra is het paasvakantie. Houd moed lieve ik!

 

Ochtendritueel

Ik vermoed dat ik het nooit echt geweest ben, een ochtendmens. Rust is wat ik wil, zo nog even in die laatste droom vertoeven en op automatische piloot taakjes uitvoeren. Gelukkig begrijpt hij mij. Hij zegt niets als ik per ongeluk water mors of het gewoon vergeet. Geen ergerlijke kreetjes als ik weer eens te veel opschep of net te weinig. Geen geroep als ik iets te hard duw op dingen en al zeker geen gelach als ik vergeet de stekker in te steken. Nee, hij is steeds perfect tevreden met al mijn moods. Om mij dat duidelijk te maken pruttelt hij dan ook iedere morgen zachtjes, zorgt hij voor een heerlijk bakje troost. Wat hou ik van mijn percolator!

 

Proost op 2014

Die goudgele godendrank in een flesje met daarop een rijzende Feniks lonkte naar mij in de winkel. Het schreeuwde : ‘Neem mij mee, schenk mij uit en geniet!’

Op zich geen slecht plan, verdiend heb ik het immers wel. Alleen waar schenk ik dat bier dan in? Moet het verplicht in zo’n Grimbergen-glas, wederom met een prachtig gouden Feniks er op? Of schenk ik het in gelijk welk bierglas in?

‘Doe maar eens gek, koop een setje, het is toch bijna Oudjaar.’, denk ik bij mezelf.

Nu zit ik hier dan met mijn pretpakket, te wachten op 31 december tot ik in mijn ééntje rustig kan zitten genieten. Wie weet rijs ik net zoals een feniks op in 2014. Proost!

 

Rare mensen

Ken je dat gevoel : je staat te wachten, alleen, niet eenzaam en toch … Mensen denken dat ze jou moeten aanspreken, je staat immers in je uppie. Je antwoorden zijn kort, je kijkt regelmatig op je klok. Allemaal hints, maar ze begrijpen ze niet. Je blijft dus knikken, mompelen en je afvragen waarom ik? Waarom trek ik al die rare mensen aan? Staat er op mijn voorhoofd : ‘eenzaam, gelieve aan te spreken’? Ik dacht het niet, ik heb jammer genoeg niet de moed om me te excuseren, me om te draaien. Ik ben het mannetje op het dashboard van een auto en knik maar alsof het me allemaal wat kan schelen, hun gelal. In mijn gedachten ben ik echter totaal elders!

 

Vreselijke klanten

“Excuseer, ik zoek een kader, 60×80, houtstructuur, kan u mij soms helpen?”

“Wat zoekt u precies mevrouw, een kader?”

“Ja, ééntje van 60×80, maar ik zie ze niet staan in jullie rekken en al zeker geen bruine. Misschien kijk ik er over? Het is voor mijn werk, dus nogal redelijk dringend. Jullie zijn mijn laatste hoop, anders heb ik niets om die foto in te stoppen en mijn klant … Nu ja, die wil perse dat kiekje aan de muur. Totaal geen esthetiek dat koppel. Ja, daarom namen ze een binnenhuisarchitect, maar GOD, wat zijn die …”

“Oh, mevrouw zoekt een wissellijst! 60×80, zei u? We hebben nog eentje ‘driftwood’, beige frame. Ik haal hem even uit de stock voor u.”

Advertenties