Snertduiven

Het is een koude, maar toch zeer zonnige vandaag, de mensen zijn uitgelaten. Ze wandelen druk door mijn park, de gevallen bladeren knerpen onder hun schoenen. Ze kwetteren er op los, net als de vogels. Iedereen is gewoon opgewekt, alleen ik niet … Ik, ik ben dat éne bankje dat geen koppeltje mag verwelkomen, jong of oud. Nee, ik word gemeden! Vol in de zon sta ik nochtans te blinken, lekker warm, afgeschermd van de wind door een paar oeroude bomen. Ideaal als rustplaats. Ik wil niet pochen, maar op dagen zoals deze zouden de wandelaars haast vechten om mij. Zo’n bankje ben ik, was ik … Snertduiven, met hun roekoekoe, roekoekoe! Al vechtend landde er eentje op mij, uitgeput. Geen zin om weg te vliegen zat het op mijn rug, de andere duif koerde er op los en dacht waarschijnlijk nu heb ik jou. Die snertduif poepte terwijl hij op zijn vermoeide ‘vijand’ afkwam. Ik zat meteen onder die stinkende stront! Om alles nog erger te maken vlogen ze beiden meteen al roekoekoe’end weg, alsof ze me uitlachten. De nieuwe vijand verslagen. Nu sta ik hier, eenzaam in de zon, eenzaam in de drukte. Wanneer komt de regen?

 

Ik zie natuurlijk de mensen genieten. Zelfs mijn koene bewakers, een paar oude knarren van bomen, die treuren bij het eerste bladverlies, lijken het leuk te vinden. Ik hoop echter dat die wind harder en harder gaat waaien, dat die donkere wolken naar hier drijven. IK WIL REGEN. Als ik kon, zou ik er om dansen! Egoïstisch, ja, maar wat doen de mensen? Ze slenteren gewoon verder! En ander bankje, minder zon, meer wind, proper dat wel … REGEN, REGEN, REGEN. Het denken kan misschien helpen! Hé, wat voel ik nu? Nee, toch weer geen duif die … Nu voel ik het weer, drup, drup, drup …

Kijk, de mensen, ze hollen weg. Jaaaaaaaaaaaaaa, verkwikkende, koude nattigheid. Het regent!!!!!!! Fijn vind ik het. Zie, de poep, hij verdwijnt. Zien jullie dat, snertduiven, al kakken jullie mij nog zo veel keer onder, ik, ik roep de regen. WEG POEP, WEG … Iedereen … Hé mensen, de bui is voorbij, kom terug. Gun jullie benen wat rust. Ik ben vrij, de zon komt wel!

Helaas voor mij, een natte broek heeft niemand graag. Nu sta ik hier proper gewassen na te druppen, hopend op een beetje zon die mij verwarmt en mensenbenen … Zucht.

 

De middag breekt aan, de zon is gelukkig terug van de partij. Ik ben vrij van alles, proper en blikkend. Als je mij zou zien dan zou je zeggen dat ik gelukkig ben. Een zoveel Watt glimlach zou ik dragen en niets, nee echt niets zou mij kunnen deren. Ik wacht dan ook, stevig verankerd in de grond, op een koppeltje of een familie die houdt van een wandeling. Ik zie het al voor mij, de zon die mij en hun verwarmt tijdens hun pauze. Hun gepraat over hoe mooi de natuur wel niet kan zijn en hun constante zoektocht naar de vogels die vrolijk tsjilpen alsof het eigenlijk reeds lente is! Heerlijk … Ik droom weg, maar wie durft mij te storen? Hoor ik nu gekoer? NEE!!!!! Het zal toch niet waar zijn zeker. Daar, daar in de boom, die mij beschermt tegen de wind zit die verdomde duif. Hoe durft hij! Hij verknalt mijn humeur, nog maar eens! Dat mij dat weer moet overkomen, geen mensen in de buurt om mij te beschermen. Ik die zo geniet van hun aanwezigheid! Straks zit ik weer onder die vermaledijde stront. Dit kan gewoon niet, help mij dan toch!

Advertenties