Wegversperring

Wat een begin van de dag! Niet alleen had ze haar wekker niet gehoord, waardoor ze nooit op tijd kon komen op haar werk, maar blijkbaar was er ook iets aan de hand op de weg. Al meer dan 10 minuten stond ze stil, in haar eigen straat, nota bene! Diep zuchtend sloeg ze op het stuur. Ze had het zich zo anders voorgesteld. Vanavond mocht ze officieel 35 kaarsjes uitblazen en wat had ze bereikt? Een job die ze haatte, geen man, … en duidelijk ook geen vrienden die het iets kon schelen dat ze een jaar ouder werd.

Eindelijk kwam de file op gang. Toch weer een paar centimeter verder, dacht ze cynisch. Hoogtijd om haar baas op de hoogte te brengen! Met één oog op het verkeer – Wat kon het ook kwaad? – en het ander op haar tas gericht, begon ze er in te rommelen. Waar had ze haar GSM nu toch weer gestoken? Haar portefeuille, haar agenda, … Gatver!! Ze keek naar haar hand. Wat was dat … Chocolade? Met een ruk trok ze haar handtas op haar schoot. Het verkeer had ze ondertussen al lang niet meer in de gaten en ze zag dan ook niet dat er een ‘zwaantje’ haar richting uitkwam. Met haar ene, nog steeds besmeurde, hand wroette ze verder tot ze eindelijk vond wat ze zocht. Met het nodige geklungel slaagde ze er in om het nummer van haar baas te selecteren en te bellen. Ze had nog maar net de telefoon naar haar oor gebracht, toen ze schrok van het getik op haar raam. Ze keek verbaasd opzij en zag hoe een agent een teken maakte en iets zei. Wat wilde die gek? Wist hij niet dat ze hem niet kon horen en dat ze, nu ja, bezig was? De politieman klopte wat harder op haar raam en zijn mond bewoog woester. Nou, boos was ze ondertussen anders ook wel. Bruusk duwde ze het portier open. Hij kon nog net op tijd wegspringen.

“Wat wilt u? Ziet u niet dat ik bezig ben?”

“En of ik zie dat u bezig bent! Geen handen op het stuur, niet kijken naar het verkeer, telefoneren en een agent in dienst bijna neermeppen met uw portier!”

“Wat? U liet me schrikken met uw geklop en u zit van alles te zeggen, mijn auto is nogal geluiddicht, weet u!”

“Een raampje naar beneden laten, was anders ook een optie en veel veiliger!”

“Ja … Hèh, godverdomme, mijn baas!”

Gehaast tuurde ze rond naar haar GSM. Door die onnozele agent had ze hem laten vallen en was ze haar chef helemaal vergeten. Gefrustreerd zocht ze verder tot ze het volgende hoorde :

“Mevrouw, ik vermoed dat uw baas wel kan wachten. U gaat mee met mij … Naar het schijnt heeft u iets te vieren.”

Verrast staarde ze in een paar ondeugend kijkende, donkerbruine, ogen!

“Euh, wat?”

Verbouwereerd keek ze in het rond. Pas nu herkende ze de meeste van de wagens … .

Advertenties