Zonder titel

Het was een mooie zomerse dag met een helblauwe hemel en een zon die net genoeg warmte gaf in combinatie met het toch wel frisse briesje. Ideaal weer dus om de varkensstal die haar appartement moest voorstellen uit te mesten. Alleen, wat was het punt? Ze wou hier weg. Niets bond haar hier nog, haar enige familie was gestorven en eerlijk, veel mensen kende ze hier niet. Eigenlijk zou ze beter haar fiets nemen en het huis gaan bekijken dat ze had zien staan op een website van een plaatselijk immo-kantoor. Ze had dan wel geen afspraak gemaakt, maar iets met je eigen ogen zien, zei toch vaak veel meer dan een paar online kiekjes. Zo gezegd, zo gedaan, ze nam haar tas en sloot haar flat af en liep vlot de trappen af. Met een zucht van verlichting sprong ze dan ook op haar fiets en navigeerde ze zich door het verkeer. Na een kwartiertje gezwind trappen arriveerde ze in de wijk waar ze dacht te moeten zijn. Toen ze de laan inreed zag ze meteen dat ze goed zat, op het einde stond het, haar droomhuis. Nu ja huis, eerder een bouwval van wat het ooit geweest was, maar toch … Ze was verliefd. Vlak voor het hek sprong ze van haar fiets en zuchtte, het geld was geen probleem, maar wou ze echt zoiets kopen? Iemand jong met een juist verworven erfenis liet toch een huis bouwen, vonden haar vrienden, maar zij, nee zij werd steeds verliefd op gebroken dingen. Nadat zich had verzekerd dat haar fiets goed vaststond  en niemand haar zou terugfluiten wegens overtreding probeerde ze het hek. Tot haar verbazing werkte het mee, al piepend duwde ze zich dan ook een ingang. Ze was nog geen meter op het domein toen ze een stem hoorde.

“Mevrouw, excuseer mevrouw, waar denkt u heen te gaan?”.

Een man in een te warm driedelig maatpak kwam op haar afgelopen. Hij zag er moe en oververhit uit, zijn haar zat in de war en zijn stropdas hing half los.

“Ik kwam een kijkje nemen, het huis staat te koop zag ik op de immo-site, het hek gaf mee en nu ja, ik … .”, stamelde ze.

Hij zag er geïrriteerd uit dus zweeg ze maar midden in haar zin.

“Had u een afspraak dan?”, beet hij haast.

“Nee, sorry, ik was gewoon nieuwsgierig, ik maak wel een afspraak.”

Haastig draaide ze zich om en deed een paar stappen richting haar fiets, richting veiligheid dacht ze. Voetstappen volgden haar echter en voor ze het wist lag er een klamme hand op haar arm.

“Het spijt me, ik verwachtte iemand en … .”

“Oh, u bent van het kantoor? Ik wou helemaal niet storen, misschien kan ik uw nummer krijgen? Dan bel ik u voor een afspraak. Ik heb interesse in het huis, betalen is geen probleem.”

Was hij nu aan het lachen? Had ze haar kleed soms verkeerd aan? Waarom keek hij zo?

“Mooie inleiding”, grinnikte hij, “betalen is geen probleem, heb je de Lotto ofzo gewonnen?”

“Ik, …”

“Ik hoef het echt niet te weten, maar nu je hier toch bent, een rondleiding? Ik vermoed dat mijn afspraak toch niet meer opdaagt!”

Zonder haar antwoord af te wachten en nog steeds met een scheef lachje duwde hij haar richting huis en tuin.